organisatie- en functiespecifieke competenties

EVZ maakt onderscheid tussen organisatie- en functiespecifieke competenties.
  • Organisatie-competenties zijn rechtstreeks afgeleid van de strategie, doelen van de organisatie. Ze hebben betrekking op de kennis, vaardigheden en het gedrag waarover alle medewerkers moeten beschikken om de doelstelling van de organisatie te halen. De competenties gelden dus voor iedereen, ongeacht zijn of haar functie.
  • Functiegebonden-competenties hebben een directe relatie met een functie(groep). Ze zijn noodzakelijk om de functiegebonden resultaten te kunnen bereiken.


Verder zijn competenties:

  • niet statisch; ze ontwikkelen zich mee met de organisatie;
  • eenduidig: iedereen binnen de organisatie verstaat er hetzelfde onder;
  • observeerbaar; de aan- en afwezigheid ervan kan objectief worden waargenomen;
  • meetbaar: de mate van beheersing kan worden vastgesteld;
  • ontwikkelbaar: medewerkers kunnen er in groeien.


Omdat competenties eenduidig, meetbaar en ontwikkelbaar zijn, hebben wij competenties op gemiddeld vier ontwikkelingsstappen gedefinieerd. Op iedere functie is een bepaalde ontwikkelingsstap van toepassing. Deze wordt geïllustreerd met een aantal voorbeelden van concreet verwacht gedrag. In onze aanpak gaan wij samen met management en medewerkers deze gedragsvoorbeelden invullen. We maken hierbij gebruik van de vele gedragsvoorbeelden uit onze competentiebibliotheek die 30 verschillende competenties bevat.

Hieronder een voorbeeld van een uitgewerkte competentie

stappen klantgericht handelen